Coret Genealogie

Coret Genealogie

Onderzoek

De complete stamboom online!
Switch to English
Inloggen

Oude dynastieŽn van kasteel Coredo

Reeds in het begin van de twaalfde eeuw onderscheidde het dorp Coredo in Anaunia zich in belangrijke mate van alle andere dorpen in deze uitgestrekte vallei door zijn grote populatie en door de invloed van de bewindvoerende families die zich hier al snel hadden gevestigd na de creatie van het Prinsdom Tridentino (1027) en die er, in zekere mate naar goeddunken van de Bisschop, hun feodale rechten uitoefenden.1)

Het historisch bronnenmateriaal is indertijd door Dr. Ausserer onderzocht en bijeengebracht in zijn werk "Adel des Non-bergers" (waarnaar wij hier zullen verwijzen met de afkorting A.A.). Dit materiaal is echter niet van een dergelijke omvang dat zijn werk over Coredo kan worden beschouwd als afgerond en volledig.

Daar de schrijver dezes de gelegenheid kreeg om de oude handschriften van Castel Bragher (C.B.) ťťn voor ťťn te bestuderen kwam hij tot het inzicht dat hij de families van de Edelen van Coredo kon laten herleven in genealogische volgorde en langs de lijnen zoals Dr. Ausserer deze had uitgestippeld. Deze had een onderscheid gemaakt tussen de geslachtslijnen Oluradino, Bragherio en Odolciriano en verder nog andere beter gesitueerden uit Coredo. Hiertoe werd gebruik gemaakt van de aantekeningen in de Codices Clesiano (C.C.) en in het Bisschoppelijk Register (R.E.) die onderdeel zijn van het Bisschoppelijk Archief in Trente.

De geslachtslijn Oludarino

Als edelste en oudste familie van Coredo wordt vermeld die van de lijn Oluradino. Volgens het R.E. pag. 112b is de oude adellijke familie Coredo uitgestorven met het overlijden van de adellijke bestuurder Antonio in 1474 die geen mannelijke afstammelingen naliet. De familie Oludarino is de oudste van alle adellijke families in Coredo. Wij geven hier de stamboom die uit negen personen bestaat die elkaar opvolgden van Oludarino tot Antonio en wij leveren ook het bewijs van echtheid van deze opsomming.

  1. De gebroeders Oluradino en Bertoldo "van Correde" waren beambten aan het hof van de Prins Bisschop en leden van zijn hofhouding. Eerstgenoemde wordt vermeld als de getuige Oludarino samen met andere hoogwaardigheidsbekleders van het vorstendom in het vonnis van 13.8.1170 (Zanolini: "Spigolature di Archivio"). Uit deze datum en die van de huwelijksvoltrekking van Oludarino met Palmira di Pratalia, de weduwe van Federicino te Isera (30.3.1186 jaarboeken Alberti p.35) blijkt dat zijn geboortedatum moet worden vastgesteld na 1145. De documenten waarin hij staat vermeld beslaan de periode van 1170 tot 1217 (A.A.). Hij bezat in ieder geval een deel van Castel Coredo, zoals zal blijken uit de volgende paragrafen en speciaal uit die over Antonio, de laatste afstammeling.
  2. Broda, genoemd in document 1233 (C. Wanghiano 161 A.A.) zou een broer geweest kunnen zijn van Arpone, de zoon van Oludarino, maar een bewijs hiervoor ontbreekt.
  3. Voor de vaststelling van de afstamming van Arpone I van Oludarino ontbreken de geŽigende documenten. Niettemin geven de documenten waarin hij volgens Ausserer wordt genoemd en die de periode 1228 tot 1237 bestrijken, hem een leeftijd die overeenkomt met de geboortedatum die hem volgens de genealogische regels wordt toegeschreven, nl. 1180. Hij is een algemeen bekend persoon en komt niet voor in andere stambomen van Coredo.
    Als bewijs hiervoor kan document d.d. 14.3.1225 (Hormayr: "Geschichte Tirols") dienen. Hierin wordt hij genoemd als getuige samen met Pietro di Coredo. De veronderstelling van Ausserer dat Arpone de broer zou zijn van Bragheria en daardoor de oorsprong zou zijn van de voortzetting van de geslachtslijn Bragherio in de huidige graven en baronnen van Coreth, gaat niet op omdat de lijn Arpone, zoals eerder vermeld, in 1474 uitgestorven is. Onze Arpone is derhalve een ander dan de edelman Arpone van Cles, die zeer vaak in de periode van 1155 tot 1234 aan het bisschoppelijk hof verschijnt. Dit geldt ook voor de Arpolino van Arpone di Coredo die niet dezelfde is als de Arpolino van Arpone di Cles hoveling van de Bisschop in het tijdperk 1210 tot 1233. Een dergelijke afwijking vertoont zich ook in de tijd waarin zij leefden; die van di Cles leefden vijftig jaar vroeger dan die van di Coredo.
  4. In document d.d. 7.5.1328 (C.B.) worden als erfgenamen vermeld signor NicolÚ van wijlen Arpone I of Arpolino - het was de gewoonte om in officiŽle stukken de naam Arpolino te vervangen door Arpone - zijnde buren met een huisje achter Castel Coredo. Hieruit zou men kunnen afleiden dat Arpone en dus ook zijn vader Oludarino een deel bezat van Castel Coredo.
  5. Federico, broer van NicolÚ en beiden zonen van Arpone (A.A.), noemt zich van "Castel Coredo". Samen met zijn broer NicolÚ verkocht hij in 1326 een groot deel van Castel Coredo.
  6. Arpolino staat in document d.d. 4.2.1291 genoemd als getuige en als zoon van wijlen Arpone (A.A.). Hij fungeerde als tussenpersoon bij de overeenkomst van 31.12.1291 die gesloten werd tussen Corrado en NicolÚ Guercio en Bonino van wijlen Guarimberto Sicherio beiden uit Coredo. Uit document d.d. 5.11.1236 (Voltelini: "Notariats Imbreviaturen") blijkt dat Gugliemo en Oluradino di Telve borg staan voor Arpolino di Coredo zowel met have als in persoon. Hieruit valt af te leiden dat Arpolino niet na 1215 geboren kan zijn zoals in de stamboom staat aangegeven.
  7. Met document dd. 4.4.1348 schenkt Sicherio Mozino di Cles twee delen van de tienden die hij bezat als onderdeel van zijn bevoegdheden over Coredo aan Federico, zoon van NicolÚ genaamd Patene Arpolino ook wel genaamd Cime di Coredo. Sicherio had dit eigendom benevens enig akkerland, kapoenen en geiten, verkregen van zijn grootvader Contro en van de erven van deze grootvader, wijlen Gampolino en van SER Armano di Castel Bragherio. In een ander document van na 15.7.1369 (C.B.) dat handelt over de achterzijde van Castel Coredo bij de kerk van S.Silvester vinden we dat NicolÚ en Arpolino als getuigen optreden (Dr. Ausserer vermeldt in "Adel des Nonberges" abusievelijk Federico de vader in plaats van Enrico zijn zoon. De eerste was geboren tussen 1210 en 1220 en zou in 1326 106 jaar oud zijn geweest, iets dat moeilijk te geloven is).
    Door deze documenten te vergelijken komt men tot een juiste opzet van de stamboom d.w.z. dat Federico de zoon is van NicolÚ Patene en deze weer de zoon van Arpolino Cime.
  8. Belvesino en Federico waren broers en zij waren de zonen van sig. NicolÚ Patene di Coredo. Zij verkochten hun aandeel in de rechten op Coredo, Smarano en Sfruz (doc. D.d. 3.3.1384 C.B.).
  9. Ser Gaspare zoon van ser Federico de Coredo schrijft een kwitantie uit op naam van signor Federico zoon van sig. Simone de Castro Coredi (doc. 8.7.1370 C.B.). Uit dit document blijkt dat de kwiterende Gaspare een andere persoon is dan Gaspare dei Coredo-ValŤr en zo is Federico, de vader van de kwiterende Gaspare en die op dat moment reeds was overleden, een ander dan de Federico die de kwitantie ontvangt en de vader is van Gaspare die bijgevolg de voortzetting is van de afstamming van Oluradino.
  10. Alvorens verder te gaan is het noodzakelijk terug te keren naar de gebroeders Enrico, Filippo en NicolÚ zonen van Federico en kleinzonen van Arpone I. Dr. Ausserer is van mening dat in 1326 Federico en NicolÚ, de zonen van wijlen Arpone I een vijfde gedeelte van Castel Coredo verkocht zouden hebben aan Ulrico II van Coredo-ValŤr en dat in 1328 Filippo en NicolÚ het andere gedeelte van het plaatsje dat hen toebehoorde aan dezelfde Ulrico II en zijn broers Federico en Simone hebben verkocht, waarna zij zich zouden hebben gevestigd in Malosco. Aldus zou het plaatsje, althans het grootste gedeelte ervan, in handen zijn gekomen van de Coredo-ValŤr. Zoals gezegd voor het grootste gedeelte, daar een deel nog eigendom bleef van de lijn Oluradino, hetgeen bewezen wordt door het feit dat de laatste afstammeling een deel als leen in bezit had.
    Filippo heeft een zoon Ottone die notaris is van 1319 tot 1362. Deze Ottone heeft een zoon Filippo die omstreeks 1360 notaris is en van deze Filippo stamt een Francesco die eveneens notaris is van 1448 tot 1454.
    Verder treft men de broers NicolÚ en Pietro aan die omstreeks 1400 zijn geboren en zonen zijn van Federico. NicolÚ wordt in document d.d. 4.3.1454 vermeld als getuige en als zoon van Federico di Coredo woonachtig in Romeno. Pietro wordt genoemd in document d.d. 21.5.1461 als zoon van Federico uit Romeno woonachtig in Coredo. Dat Federico staat vermeld de ene keer te komen uit Romeno en de andere keer uit Coredo kan veroorzaakt zijn doordat hij bij herschrijving van zijn naam de woonplaats en zijn afstammingsnaam door elkaar heeft gehaald. Hij is een afstammeling van de Federico van Arpone I die zich teruggetrokken had in Malosco. (Romeno ligt enkele kilometers van Malosco n.v.vert.)
  11. NicolÚ's afstamming van Gaspare en Antonio's afstamming van NicolÚ blijken uit de documenten d.d. 15.9.1442, 2.5.1447, 4.4.1450, 5.1.1453, 25.3.1454 en 28.2.1470, alle te vinden in het archief van Castel Bragher, waar Antonio bekend staat als heer en meester, notaris, beheerder van een landgoed en als zoon van Ser. NicolÚ van "Castro Coredi". In de documenten d.d. 6.7.1450 en 2.1.1455 (C.B.) staat uitdrukkelijk vermeld "sig. Antonio zoon van ser NicolÚ zoon van ser Gaspare of Gaspario".
  12. NicolÚ had vijf kinderen nl. Michele kannunik van Trente; een dochter waarvan we de naam niet kennen en die gehuwd was met notaris Francesco zoon van wijlen Antonio Valdeger uit Tavon, Catarina gehuwd met Pietro zoon van Pietro Bruto uit de lijn Coredo Bragherio (doc. D.d. 1.4.1468), een derde dochter waarvan evenmin de naam bekend is, gehuwd met ser Berto da Enna (doc. D.d. 28.1.1471 C.B.) en tenslotte Antonio.
  13. In de Chronologische Lijst van documenten vermeldt Dominez het volgende: op 3.1.1428 werd Michele di Coredo, kanunnik van het Kapittel van Trente benoemt tot bisschoppelijk gedelegeerde bij de verkiezing van de abdis van Sonnenburg. Zo ook de volgende vermelding: op 15.3.1436 neemt Bisschop Alessandro de kanunnik Michel di Roredo op als vredesrechter. Deze Michele kan niet Michele del Coredo Bragherio zijn omdat de documenten waarin hij voorkomt dateren van 1473 tot 1502 en hij moet in 1428 tenminste veertig jaar oud zijn geweest. Dus werd hij omstreeks 1390 geboren en in 1502 ongeveer 112 jaar oud zijn geweest, hetgeen moeilijk te geloven is. Ook kan hij niet Michele dei Coredo-ValŤr zijn die omstreeks 1380 werd geboren en wiens ambtstermijn op 2.5.1420 begint. Deze ambten hielden overigens werkzaamheden in die niet door geestelijken werden verricht. Daarom kan worden aangenomen dat, indien hij geen lid is van een andere onbekende tak van de familie di Coredo, hij een zoon moet zijn van NicolÚ en een broer van Antonio.
  14. Zoals gezegd was bovengenoemde eerste dochter waarvan wij de naam niet kennen, de echtgenote van Francesco Valdegger zoon van wijlen Antonio, beiden notaris in Tavon.
  15. Caterina huwde ser Pietro zoon van Pietro Bruto van de tak Coredo Bragher. Naar het schijnt is bij hun zoon Antoniollo het totale vermogen van de edelman Antonio verloren gegaan.
  16. Volgens document d.d. 28.1.1471 (C.B.) had de edelman Antonio een derde zuster die gehuwd was met ser Berto di Enno. Zij hadden een dochter, genaamd Lucia, die gehuwd was met Leonardo Di Molaro zoon van Antonio. De erfgenaam Antoniollo zoon van Pietro, moest aan de familie de Tono 260 mark en een pand aan de vestinggracht betalen. De edelman Antonio (vader) bevestigde deze schuld met document d.d. 21.3.1471 (C.B.).
  17. Antonio zoon van NicolÚ, de zoon van wijlen Gaspare, werd beschouwd als een van de rijkste en meest in aanzien staande heren van zijn tijd (C.C. IV 33 van het jaar 1424) Van 1442 tot 1470 was hij de beheerder van het landgoed van de bisschop. In 1447 ontving hij het leen van Rumo dat daarvoor in bezit was geweest van Giacomo de zoon van wijlen Giorgio di Coredo. Later ontving hij nog andere lenen. (C.C. V 10. Invest. 1441 en 1445 tevens vermeld in R.E. waarop pag. 94 een aantal lenen wordt genoemd met als datum 29.91457 en op pag. 129 van het jaar 1463 staat vermeld dat hij van de bisschop de helft van een landgoed in Tuenno kreeg overgedragen, terwijl de bisschop de andere helft behield.) Met document d.d. 29.9.1455 verleende de bisschop hem "de bergrug van Buseno" en op 21.4.1467 vernieuwde de bisschop dit leen met de woorden: " van de bergrug van Buseno over de molentijnse wateren van s. Romedi met de akkers van S. Sinsinio". (V.Anaunia sacra pag.349 en 392. De bergrug van Buseno, ook genaamd Tomazzolo, ligt hoog boven de plaats waar de steile hellingen van de vallei van S.Romedio rechts van de stroom ophouden en waarin de Romeinse tijd zich een tempel van Mithras bevond.)
    De documenten d.d. 9.4.1448, 6.7.1450 en 16.6.1454 (C.B.) betreffen aankopen die door Antonio zijn gedaan. In 1461 trad hij op als arbiter in een zaak te Taio. In datzelfde jaar schonk hij zijn neef Francesco Valdeger de molen van S.Romedio en in 1467 schonk hij hem en de andere neef Antoniollo van wijlen Pietro van het huis Bragheria het kasteel Coredo voor het leven. In het Repertoria Episcopale II 768 treffen wij zijn testament dat op 1.4.1468 werd geschreven en waarin we lezen: "De edelman Antonio, zoon van NicolÚ di Castel Coredo, voor Sigismond graaf van Tirol en hertog van Oostenrijk vicaris van de valleien Non en Sole, benoemt als erfgenaam zijn echtgenote Isabetta, zuster van Antonio Ianes di Sarnonico, zijn neven Antoniollo zoon van wijlen Pietro "van de plaats Coredi" en Francesco zoon van wijlen Antonio Valdegger uit Tavon, zoals te begrijpen is omwille van zijn zusters, daar hijzelf geen mannelijke nakomelingen achterliet.
    In het hierboven vermelde document van 6.7.1450 staat weliswaar geschreven: "van de beheerder ser Antonio, zoon van wijlen ser NicolÚ, zoon van wijlen ser Gaspare di Coredo", die in castel Bragher woonde maar dat het hier een tijdelijk verblijf betrof. Het testament van 1468 laat duidelijk blijken dat hij heer was van Castel Coredo en dat hij hier normaal verbleef. Met het overlijden van Antonio in 1474 ging de plaats over op een ander en gaf de bisschop deze niet meer in leen.

De geslachtslijn Bragher

In de familiepapieren van de graven Coret vinden we aangegeven dat stamvader Zecho of Zeccone uit ItaliŽ in de twaalfde eeuw naar Coredo is gekomen. Verder staan de broers van "Vico" Coredo, Oludarino en Bertoldo, vermeld als nakomelingen van Zecho. Uit Oludarino kwamen Abele en Marguardino voort. Volgens de akte van 10.2.1259 zou laatstgenoemde getuige zijn geweest bij de inwijding van Mainardo II door bisschop Egnone als beschermheer van de kerk van Trente en andere lenen. Van Abele stamt Federico en van Federico stammen Enrico en Odorico, van Odorico Pietro Bruto, nog een Federico, Sono, Ulrico en Grentlino.

Een andere uitgave vermeldt dat Corradino in 1230 in leven is en van hem zou NicolÚ de Coredo afstammen die gehuwd was met Geisla. Hun zonen waren Belvesino en Federico.

Het geheel is een warboel die werd veroorzaakt door Burglechner (Band II pag.724) die de drie takken van de Coredo's niet goed uit elkaar heeft gehouden. Hij heeft Oludarino uit de eerste lijn genomen, Federico uit de derde en Pietro Bruto uit de tweede lijn. Het is de verdienste van dr. Ausserer geweest die deze warboel heeft ontrafeld door de juiste namen in de juiste stambomen te plaatsen. Maar na tot aan Antoniollo zoon van Pietro zoon van wijlen Pietro Bruto goed te zijn gegaan, gaat ook hij de fout in omdat hij niet de papieren van de familie Coret van na 1400 heeft geconsulteerd.

  1. Alhoewel Castel Coredo voor de eerste maal schriftelijk wordt vermeld in het document van 4.2.1291 (C.B.) moet zijn oorsprong toch liggen tussen de 11e en 12e eeuw. In genoemd document lezen we dat "Paolo de zoon van wijlen NicolÚ van Castel Coredo" een onroerend goed verkoopt aan Enrico zoon van Federico uit Termeno in aanwezigheid van vele heren uit Coredo en dat Mina de vrouw van de reeds bejaarde Paolo haar toestemming daartoe verleent in de kamer van deze Paolo in het kasteel met het document d.d. 7.2.1291. (Voor de afstammelingen van Paolo verwijs ik naar mijn verhandeling over het geslacht Sicheria in Rivista Trentina VII. N. 3 pag. 152)
  2. Het is bekend dat Baracherio, ook wel genaamd Bragherio, (na Castel Coredo overgelaten te hebben aan zijn broer Paolo) Castel Bragher heeft gegrondvest, waar zijn kinderen zich vervolgens hebben gevestigd.
  3. In R.E. II pag. 386 wordt gewag gemaakt van een verlei dat plaats vond op 16.5.1270 aan Gampolino en de gebroeders Mugone en Ermanno. En volgens een oud handschrift van 1291 (C.B.) bezat Gampolino di Castel Bragher land in Tres.
  4. Voor rekening van Mainardo neemt, volgens document d.d. 2.1.1266, Sono di Castelfondo alle huizen, personen en rechten in bewaring van Benvenuto en Richebono, zonen van Baracherio.
  5. Op 20.3.1307 begiftigt de bisschop sig. Armannio (Ermanno) zoon van wijlen Bragherio di Castel Bragher, en zijn broer Gampolino en verwanten van NicolÚ en Preto van wijlen Sicherio, zoon van wijlen Paolo, met de plattelandsparochie Coredo en alle lenen die zij in feite reeds in bezit hadden (C.C. I pag. 35). Gampolino en Ermanno waren broers van Contro di Castel Cles, voorouder van Sicherio Mozino (Doc. 6 1348 C.B.).
  6. Volgens handschrift 1288 uit het parochiaal archief van Coredo schenkt Gampolino de zoon van Bragherio di Coredo legaten aan de kerk van Coredo voor zijn overleden vader en voor zijn eveneens overleden broer, Filippo.
  7. Mugone, de buitenechtelijke zoon van Bragherio, laat zijn aandeel van Castel Bragher na aan zijn neven, de zonen van Gampolino. Hij fungeerde als getuige bij de opstelling van document d.d. 15.3.1275 (C.B.).
  8. De kinderen van Benvenuto Adelperio, Grazia, Marquardino, Gotzalco en Muzio kregen de lenen aan de vader gegeven door Corrado zoon van wijlen NicolÚ Guercio en door NicolÚ zoon van wijlen Corrado zoon van wijlen Bonaccursio di Coredo met document van 7.5.1284 (C.C. I 68). Grazia ontving in erfpacht een huis met boomgaard te Coredo, document d.d. 29.5.1275 (A.A.).
  9. Faidia huwde op 21.4.1286 met Enrico bijgenaamd Rospazio, buitenechtelijke zoon van Simone, zoon van wijlen Enrico de Tono en van Rospazia di Cembra. Zij bracht daarmee een groot deel van de lenen van haar vader Gampolino in bij de familie de Tono, die tot op dat moment in Belvesino woonden
  10. De gebroeders NicolÚ en Bertoldo, zonen van Gampolino en broers van Faidia, verkochten op 21.6.1321 hun bezittingen aan Simone di Tono Belvesino (A.A.). NicolÚ had zich in Coredo teruggetrokken en droeg ook de naam di Bragherio niet meer. Het schijnt dat hij in 1280 van het Kapittel van Trente een wijngaard te Cles in pacht had ontvangen en zich toen daar heeft gevestigd.
  11. Ook Ermanno, of Armanino, verkocht op 1.8.1322 zijn deel van Castel Bragher aan Belvesino de Tono, de zoon van Warimberto. Het kasteel van Bragherio ging aldus in een kort tijdsbestek van bijna honderd jaar door luiheid of door armoede van zijn kinderen en door de slimheid van de Tono-familie over in handen van diegenen wier nakomelingen het nog steeds in bezit hebben en het bewonen. NicolÚ en Bertoldo behielden slechts de twee huizen met erf gelegen aan de oostkant van het pleintje van Solvagna of Sovich in Coredo, van oudsher leen van Baracherio die op 3.10.1318 werd vernieuwd.
  12. Simone de zoon van wijlen Belvesino koopt een onafgescheiden weide in Predaia gelegen tussen die van Ermanno de zoon van wijlen ser Albertone en woonachtig te Rumo, en die van de erven van wijlen Mugone, die vroeger woonde in Castel Bragher, doch later in Coredo (Doc. 16.5.1220 C.B.).
  13. Volgens het document d.d. 16.5.1330 (C.B.) woonden de erven van Mugone II, Bertoldo en ser NicolÚ te Vaiaren, een kleine verhoging bij Coredo. Van hun zusters Ella en Giuliana is niets bekend.
  14. Varino de zoon van Marguardino wordt geciteerd in de aanklachten ten gevolge van het conflict der edellieden in 1336 (V.Professo Reich "Barbarie").
  15. Benvenuto zoon van Marguardino ontvangt de lenen van zijn vader bij de investituur in 1307 (C.C. I).
  16. NicolÚ de zoon van Mugone II die geboren werd omstreeks 1300 is de schakel die de volgende generaties notarissen verbindt met het voorgaande van de slotvoogden di Baracherio. In de geschriften wordt hij evenwel niet vermeld onder de naam NicolÚ, maar met de koosnaam Zono of Sono (A.A.). Dat overigens ser Pietro Bruto afstamt van NicolÚ oftewel Serzono blijkt uit de volgende paragrafen.
  17. Van ser Pietro genaamd Bruto, notaris evenals zijn nakomelingen, wordt gezegd dat hij de zoon is van wijlen Serzono. Hij is de voortzetting van de tak Bragherio tot de huidige graven en baronnen Coret. Hij woonde in het huis te Coredo waarin aanwezigheid van getuigen document d.d. 12.6.1395 (C.B.) werd opgesteld. Met dit document werden de tienden vastgelegd van de families Sant Ippolito en de Tono, waaronder van hemzelf. Hij werd in 1357 genoemd als getuige met de omschrijving "Pietro zoon van wijlen ser Xono". Dit was om hem te kunnen onderscheiden van de Pietro uit een andere familie te Coredo nl. die van Corrado zoon van wijlen sign. NicolÚ Guercio. Deze Corrado had een zoon Pietro die omstreeks 1287 werd geboren en deze had weer een zoon Pietro genaamd Bruto die in 1328 minderjarig was, dus niet voor 1305 geboren (doc. D.d. 7.5.1328 en 31.7.1356 C.B.).
    Hier gaat het echter over de eerstgenoemde Pietro de zoon van Pietro Bruto die omstreeks 1380 werd geboren, terwijl laatstgenoemde omstreeks 1335 werd geboren.
  18. Gaspare en Decio, neven van Pietro Bruto, ontvingen de lenen van hun voorvaderen waaronder "de personen en lijfeigenen van de erffamilie" van wijlen Benevenuto genaamd Zuchelli, van wijlen Endrico genaamd Beche en van Benvenuto genaamd Scudeleta, met name een tiend in Sfruz en Coredo van brood, wijn en voedingsmiddelen die hun oom genaamd Bruto toekwamen en zoals vastgesteld bij het verlei van 20.11.1363 (C.C. II 3). Verderop in hetzelfde handschrift op pag. 5 lezen we dat Gaspario edeling is en de zoon van wijlen Federico. Hem buiten beschouwing gelaten moeten Federico en Sono broers zijn geweest van Pietro Bruto met als vader Serzono oftewel NicolÚ zoon van Mugone II, indien Gaspare en Decio neven van elkaar zijn en Pietro Bruto hun oom is.
  19. Ser Pietro van Pietro Bruto had als vrouw Caterina, de zuster van de edeling Antonio zoon van edeling NicolÚ di Castel Coredo.
  20. Antonio, de broer van genoemde Pietro en zoon van Pietro Bruto, had als vrouw ene Petronella van Ortemburg. Hij was getuige in 1425, 1429 en 1448 (C.B.). "De edeling sign. Antonio zoon van wijlen ser Pietro di Coredo" had van Sigismondo de Tono in pacht de tiend van Coredo en Dermulo alle Palisole en het bestuur over Coredo, Smarano en Sfruz (doc. d.d. 8.5.1400 C.B.). Deze Antonio mag men niet verwarren met zijn tijdgenoot de edeling Antonio zoon van wijlen de edeling NicolÚ di Castel Coredo, de laatste telg van de oude adellijke familie van Oludarino, die in 1474 was overleden terwijl de edeling Antonio zoon van Pietro Bruto reeds in 1466 was overleden. Zo lezen we in document d.d. 4.5.1465 (C.B.): "Antonio de Coredo schenkt namens zichzelf en zijn erven aan Sigismondo de Tono een tiend van brood en wijn etc. in Coredo en Dermulo, een tiend dat toekwam aan wijlen Antonio zoon van wijlen Pietro di Coredo". (De ed. Antonio, de laatste telg van het geslacht Oludarino, is een andere dan zijn tijdgenoot Antonio van het geslacht Bragherio. Laatstgenoemde was de broer van eerstgenoemde zwager Pietro, en zoon van Pietro Bruto. Dit blijkt duidelijk uit document d.d. 25.8.1447 R.E. I 596, betreffende de verkoop van een tiend in Coredo aan de beheerder Antonio di Coredo door Michele de Tono vicaris van de Valleien Non en Sole, en gevolmachtigde van Antonio di Coredo zoon van wijlen Pietro zoon van wijlen Sersono. Het is onbegrijpelijk hoe dr. Ausserer in zijn boek "Adel" en prof. Reich in zijn werk "Coredo" deze beide Antonio's hebben gezien als een en dezelfde persoon. Vergelijk C.C.V 4, 10, 94-96, 129 en VI 118, 127.)
  21. Van ser Pietro stamt Antonio af, ook wel Antoniollo genoemd, die in 1467 samen met zijn neef Francesco Valdegger uit Tavon voor zolang hij zou leven het kasteel in Coredo geschonken kreeg van de edeling Antonio, die zijn oom van moederszijde was. Met het testament van 1468 werd hij tot erfgenaam benoemd. Bij vonnis van 10.11.1478 (C.B.) moest hij, als beheerder van de ongedeelde boedel van zijn oom, aan de familie de Tono een som geld betalen die hen toekwam voor het beheer gedurende zes jaren van de erfenis toegevallen aan een zijner tantes van moederszijde, zoals reeds vermeld op pag. 2. Zijn naam komt verder voor in documenten van 1440 tot 1470 (C.C. V 73 uit 1454 en doc. 1450 C.B.). In de archiefstukken van de voorouders van de graven Coret lezen we dat Antonio zoon van wijlen Pietro door bisschop Giorgio werd belast met het beheer over vele huizen en landerijen in Denno en dat bisschop Alessandro hem in 1424 (R.E. no. 33) in de akte van overdracht van beheer aan Antonio als volgt beschrijft: "Onze trouwe Antonio, zoon van wijlen ser Pietro, zoon van wijlen ser Sono di Coredo". Het is duidelijk dat met deze twee investituren niet Antonio II ook wel Antoniollo genoemd, betreffen maar Antonio I zijn oom van vaderszijde die nooit in de papieren met een verkleinnaam wordt vermeld doch altijd als Antonio. Hij werd geboren tussen de jaren 1380 en 1390.
  22. Dr. Ausserer (Adel des Nonberges) noemt Michele de zoon van Antoniollo en laat van hem de huidige graven Coret afstammen. De familiepapieren daarentegen tonen aan dat zij weliswaar van ene Michele afstammen, maar dan van een andere Michele nl. van Pietro de zoon van Antoniollo. Deze zijn dus neven van elkaar. In het door hen bewaarde handschrift van 1448 staat te lezen: "A nobilibus viris Michaele filio nob. viri Domini Antoni de Coredo olim habitantis Villae Romeni pro se principaliter ac vice et nomine Petri, Nicolai, et Thomaei eius fratrum etc." (Aan de edelingen Michele zoon van ed. Heer Antonio di Coredo voorheen bewoner van Landgoed Romeno voornamelijk voor hem alsmede voor en namens zijn broers Pietro, NicolÚ en TomŤo). Het is klip en klaar dat Pietro, NicolÚ en TomŤo broers zijn van Michele en zonen van Antoniollo. Michele voerde het beheer van 1494 tot 1502.
  23. De papieren van de familie Coret stellen vast dat Michele in 1451 ene gravin d'Arco huwt. Het gaat hier ongetwijfeld over Michele de zoon van Antoniollo die omstreeks 1430 werd geboren en niet om de Michele van wijlen Pietro van wijlen Antoniollo de achterneef van eerstgenoemde omdat deze eerst omstreeks 1490 werd geboren.
  24. Deze Michele, zoon van Antoniollo, had als zonen Giorgio en Antonio. Giorgio voerde evenals zijn vader het beheer (Zijn vader stierf in 1505). Hij was beheerder van 1505 tot 1507 en was getuige bij een rechtzaak over bepaalde bergen tussen Banale en Molveno (Reich "Castelli" pag. 208). Hij werd samen met zijn broer Antonio in 1506 opgeroepen om deel te nemen aan het congres van Sterzing en in 1518 kregen zij van Kardinaal Clesio een tiend toegewezen in Spormaggiore (Staats Archiv.). Giorgio ontving ook een prebende van bisschop Giorgio van Naideck. Het schijnt dat Giorgio ook de lenen van Rumo ontving (C.C. VII 214 en IX 64, 101-103, 159, 213). Met hem komt een einde aan deze geslachtslijn. In dit verband schrijft dr. Ausserer dat zijn broer Antonio verwikkeld was in de boerenopstand van 1525 en dat om deze reden hem zijn lenen werden afgenomen door de bisschop, waarna hij naar Denno vertrok en aldaar in 1527 overleed.
  25. In het geboorteregister van Coredo treffen we in het jaar 1564 Michel aan als peetvader die verklaart de echtgenoot te zijn van Anna. Aangenomen wordt dat het hier de Michele betreft die de zoon is van Antonio de zoon van wijlen Michele de zoon van wijlen Antoniollo, m.a.w. de zoon van Antonio waarover in de vorige paragraaf spraken was.
  26. Antonio de zoon van deze Michele werd in 1583 door Kardinaal Lodovico Madruzzo aangesteld als beheerder over de huizen en landerijen van Tuenno en Tavon, alsook over de molen van S. Romedio. Door hem werd de gerechtelijke uitspraak van 1582 opgesteld (Reich "Coredo" pag. 28).
  27. De kinderen van deze Antonio waren Pietro, Lucio en Caterina. Caterine werd ongeveer 1592 geboren en huwde met Bartolameo Secher de zoon van wijlen Antonio: haar broers Pietro en Lucio bleven ongehuwd en met hen sterft deze tak van Michele zoon van wijlen Antonio uit. Zij bewoonden het huis boven S.Rocco dat zeer solide was gebouwd en door hen "Casa Coreda" genoemd. Het schijnt dat vůůr de familie Coret Federico Schuler daar woonde, een revolutionair uit 1336. Zeker is echter dat het huis van de Corets overging op Sicher Gianantonio en nadat deze familie was uitgestorven het verviel aan hun erven, de familie Rizzardi della Marta.
  28. Wij keren terug naar Pietro de zoon van wijlen Antoniollo. Deze had de volgende zonen: Enrico en Michele. Van Enrico is bekend dat hij een zoon had met de naam Antonio en deze weer een zoon genaamd Giovanni Gaudenzio. Antonio was kapitein onder Keizer Karel V. Giovan Gaudenzio was kolonel in Spanje en daarna diende hij bij de Artillerie in Tirol. Hij stierf kinderloos. Een andere zoon van Pietro was Gaspare die ook kinderloos is gestorven. Verder was er nog een zoon: NicolÚ, die volgens D. Toneatti (Dom van Trente) pastoor was in Folgheria. Men moet deze niet verwarren met de andere NicolÚ die bisschop van Triest was en behoort tot de tak van Rumo, waarover in paragraaf 37 wordt gesproken.
  29. De vierde zoon van Pietro is Michele, die zich omstreeks 1545 in Cembra vestigde.
  30. Zoon van deze Michele is Antonio, die in 1582 woonachtig is te Salorno en wiens naam in het Tiroler Adelsregister wordt vermeld. Zijn broers zijn Gaspare die in Cembra woonde en Michele met de zonen Ippolito en Pietro in Romeno. Deze zonen hebben geen nakomelingen.
  31. Van Antonio stamt een andere Antonio af, die kapitein was bij het leger van Beneden-Adige.
  32. Deze laatstgenoemde had de zonen Massimiliano, Giovanni Battista, die kapitein was in Pusteria. Beiden stierven kinderloos. Een derde zoon was Giorgio Baldessare die raadsheer aan het hof was.
  33. Van Giorgio Baldessare stamt Giovan Francesco af die in 1717 tot baron werd verheven en samen met een ververwijderd familielid, Sigismondo NicolÚ, tot leenman werd gemaakt van Castel Coredo. Het kasteel was al in 1611 afgebrand en er restte nog slechts een ruÔne. Over Sigismondo NicolÚ wordt gesproken in paragraaf 42. De beide heren hebben op de puinhopen van het kasteel het huidige grote herenhuis gebouwd waarvan het waardevolste gedeelte een grote ontvangstzaal is met een hoogte van twee etages.
  34. Van Giov. Francesco stamt af Giovanni Antonio, raadsheer aan het hof, en van hem weer Francesco Antonio die in 1772 tot Graaf van het Heilig Roomse Rijk werd verheven.
  35. Francesco Antonio had drie zonen: Franceso, Gaspare en Giuseppe. Francesco was kapitein in de slag bij Austerlitz (1805). Zijn zoon Ernesto emigreerde naar Texas in Amerika waar hij voor een uitgebreide nakomelingschap zorgde. Gaspare vestigde zich in Wenen. Hij had een zoon Rodolfo die de zonen Carlo, Maurizio en Ernesto had. Zoon van Carlo is Emmerico en zoon van Maurizio is Rodolfo die een zoon had met de naam Teobaldo. Ernesto had geen kinderen.
  36. Giuseppe, de derde zoon van Francesco Antonio, werd omstreeks 1750 geboren. Van hem stammen af Giuseppe die kanunnik in OlmŁtz was, en Giovanni die zich in Trente vestigde en die in 1855 te Salorno is overleden. Giovanni kocht van Luigi Claudio van de baronnen van Rumo, zijn deel van Castel Coredo. Hij had drie kinderen: Enrico die kapitein was, Paola die huwde met ene graaf Sarnthein, en Augusto die, nadat hij zich in Salorno had gevestigd, huwde met gravin Emilia degli Alberti Poia. Nadat hem het ongeluk was overkomen dat zijn huis in Salorno afbrandde waarbij zijn adelsbrieven verloren waren gegaan, bracht hij de zomermaanden in Castel Coredo door. Zijn zoon is de huidige bevelhebber van Trente, graaf Alberto die met baronesse Bianca dei Ceschi is gehuwd. Uit dit huwelijk zijn twee zonen voortgekomen: Augusto en Antonio, beiden nog pubers.
  37. NicolÚ was een broer van Tomeo, Michele en Pietro zonen van wijlen Antoniollo. Zijn nageslacht dat rijk is aan priesters, woont nog altijd in Innsbruck en Voralberg. NicolÚ, geboren tussen 1460 en 1470, is in 1530 gaan wonen in Rumo op het leen van zijn voorvaderen waarvan waarschijnlijk de rechten waren overgegaan op de Giorgio van zijn neef Michele. Via zijn zoon Antonio kreeg hij de volgende kleinkinderen: Agostino, van wie niets bekend is, NicolÚ en G. Battista. NicolÚ, geboren in 1538, werd in 1584 bisschop van Triest. Volgens de akte van 13.10.1579 (R.E. 1617) verzoekt hij bisschop Lodovico Madruzzo om erkenning van zijn Trentse Adeldom zoals ook de keizers Ferdinand en Maximiliaan II dit erkenden. De bisschop antwoordde hem echter dat hij eerst maar moest bewijzen hoe zijn voorvaderen tot adeldom waren verheven "daar vaststaat dat het oude adellijke geslacht (dat van Oludarino di Coredo) was uitgestorven" (R.E. II pag. 1125).
  38. Zijn broer G.Battista, geboren in 1549, werd naar Fiemme gezonden voor het afleggen van de eed als leenman (R.E. II 617). Hij was ook beheerder en vertrouweling van de bisschop en Kardinaal Madruzzo. Zijn vrouw was Giuliana Grotta die in 1575 stierf als laatste slachtoffer van de pest. Zij hadden zeven kinderen. Als weduwnaar werd G.Battista benoemd tot kanunnik van het Kapittel van Trente. Bij een aankoop wordt hij vermeld als edeling en eerwaarde uit Coredo, kanunnik van Trente en kanselier van Lodovico Kardinaal Madruzzo (C.B.) en in een investituur-akte van 1600 als de zeer edele en eerwaarde Giov. Battista uit Coredo (C.B.).
  39. Zijn zonen waren Antonio, kinderloos overleden, Lodovico, domheer van Bressanone, en NicolÚ. Kardinaal Madruzzo stelde een vervolging in van de gebroeders NicolÚ en Lodovico omdat zij weigerden hem de vazallenhulde te bewijzen. Zij vluchtten naar Aartshertogin Claudia terwijl zij Maximiliaan II het bewijs leverden van hun vroegere adeldom.
  40. Uit NicolÚ kwamen voort Federico, Sigismondo pastoor te SchŲnau, en Lodovico Gaudenzio die in 1629 werd geboren en in 1715 is overleden.
  41. Zonen van deze laatste zijn Antonio, Giuseppe pastoor van Caldaro, Francesco Vigilio pastoor van Villanders en Sigismondo NicolÚ geboren in 1668. Samen met Giovan Francesco uit de lijn Pietro werd hij in 1717 leenman van Castel Coredo en Rumo. Samen wijdden zij zich aan de wederopbouw van het kasteel. Hij werd verheven tot baron van Coredo en Rumo en was raadsheer bij de Regentschap in Innsbruck.
  42. Hij had een zoon die pastoor was in Colomar in de Paltz, een andere, Pietro, die pastoor was in Eppan en vervolgens baron Giovan Giuseppe die in 1699 geboren werd en in 1783 is gestorven en leefde in Lavis. Over hem schrijft pastoor Ferrari di Coredo in 1740 in het bevolkingsregister: "kasteel Coredo dat in 1611 afbrandde en op dit moment (1732) wordt herbouwd als groot herenhuis, wordt bewoond door baron Giuseppe Coret, raadsheer van Oostenrijk". In 1751 was hij bevelhebber van Trento.
  43. Zijn zoon heette Sigismondo die in 1727 werd geboren en stierf in 1769 te Lavis. Hij werd evenwel begraven in Coredo zoals staat aangegeven op het monument voor de familie onder aan de gevel van de kerk, rechts van de ingang.
  44. Uit hem kwam voort Luigi Claudio die geboren werd in 1765 en die in 1790 het leen van Coredo verkocht aan Giovanni graaf Coret en die in 1822 te Insbruck is overleden. De zoon van Luigi Claudio is een andere Luigi wiens nakomelingen zijn: Ugo woonachtig te Innsbruck en Lodovico in Voralberg. Van hen is niet bekend of ze nog in leven zijn en of zij kinderen hebben. Andere kinderen van Luigi Claudio zijn Sigismondo en Francesco die beiden kinderloos zijn overleden.

De geslachtslijn Coredo Valer

  1. Het is moeilijk de herkomst vast te stellen van stamvader Federico van de tak Coredo Valer. Dr. Ausserer ("Adel") beweert dat hoewel de documenten hem en zijn zoon Ulrico de ene keer di Coredo noemen en de andere keer di Termeno, het onmogelijk is te bewijzen dat deze tak, die wij Odoriciano zullen noemen, uit Coredo dan wel uit Termino stamt. De bestudeerde papieren geven aan dat er vele Federico's tegelijkertijd leefden in Coredo. Federico Guercio, vermoedelijk de broer van dr. NicolÚ Guercio di Coredo, geboren zoals onze Federico omstreeks 1220 en 1230; Federico de zoon van Arpone van de tak Oludarino, geboren tussen 1215 en 1225; Federico de broer van Belvesino di Coredo, die verwikkeld raakte in het conflict der edelingen van 1336, en Federico Schuler, de vader van Vender en Fraytag, ook uit Coredo betrokken met de familie de Tono bij genoemd conflict. Tussen onze Federico en de laatste twee bestaat een te groot leeftijdsverschil, terwijl Federico de zoon van Arpone tot de tak behoort die volgens de bisschop was uitgestorven. Naar de namen van zijn familieleden te oordelen is Federico Guercio niet dezelfde als onze Federico. Verder is het zeker dat de Coredo Valer een wapen voeren dat anders is als dat van de Braghers en daarmee onderscheiden zij zich van deze tak. In de investituur-akte van 2.6.1192 (C.W. no.45) lezen we dat Federico di Termeno in Cutaccia een oude leen bezat. Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze Federico de Federico di Coredo Valer is, daar hij in jaren 1220 tot 1290 leefde. Maar het is mogelijk dat het zijn vader of grootvader betreft. Zijn vrouw heette Scaura di Gisloldo uit Termeno.
  2. Van hem stammen af de zonen Pietro, Ulrico en Corrado. Pietro woonde in Caldaro. Hij werd omstreeks 1250 geboren en was in 1317 reeds overleden. Hij liet daar een zoon na met de naam Gralando, geboren omstreeks 1285 (Handschrift 1517 en R.E. no. 50 & 104).
  3. Ulrico I, ook wel genoemd Odorico of Ulrino, werd omstreeks 1256 te Termeno geboren en was in 1336 overleden. Corrado de Userbal, geestelijk vicaris van de kerk van Trente en CisterciŽnzer, gaf vele goederen te Termeno in pacht aan Ullino bijgenaamd Leichel di Termeno en zijn erven, t.w. een huis en veertien percelen (handschrift 29.9.1321 C.B.). Ulrico was nauwverbonden met Mainardo de bevelhebber van Trente en de Valleien di Non en Sole en zijn bewindvoerder (Bonelli jaren 1295-1300) en daardoor verwierf hij de kastelen Valer en Flavon. Mainardo gaf hem namelijk als vergoeding kasteel Valer in erfpacht en Flavon als onderpand voor woekerhandel. Ulrico bezat huizen te Denno en in 1296 was hij burggraaf van Tirol. Uit de akten d.d. 8.8.1303 en 7.9.1303 blijkt dat hij namens de bisschop betalingen regelde waarvoor hem lof werd toegezwaaid. In 1312 was hij gevolmachtigde van de Regentschap in Tirol. Zijn naam wordt tot 8.6.1314 in akten vermeld (Bonelli). Dr. Ausserer daarentegen beweert dat de documenten die op hem betrekking hebben gaan van 1284 tot 1326. In dat laatste jaar kocht hij van NicolÚ en Federico di Malosco een vijfde deel van Castel Coredo. In 1368 (parochie-archief Coredo) wordt hij aangeduid met de naam "Miles"(soldaat).
    Volgens document 1305, opgemaakt op kasteel Valer, schrijven dr. Pietro genaamd Bruto di Coredo en NicolÚ zoon van wijlen ser Zozi di Taio een kwitantie uit van 25 lire voor Odorico de zoon van wijlen sign Federico di Coredo voor de verkoop aan hen van een kwart van het bestuur over Coredo (C.B.). Hij was getuige bij de opmaak van document d.d. 14.3.1307 in het bisschoppelijk paleis (C.W. no.219). Hij was een man die met allen de vrede kon bewaren en wist hoe hij zijn familienaam meer bekendheid kon geven.
  4. Corrado trad op als getuige bij de samenstelling van document 1305 op kasteel Valer waarmee Ulrico het kwart van het tiend van Coredo kocht van Pietro Bruto.
  5. Zonen van Ulrico waren: Ulrico II, Federico, Prechtlein of Peterlino, Simone, Enrico en Tegen. Ulrico of Odorico II, in 1342 werd hij "potens miles" (machtige soldaat) genoemd, kocht in 1328 samen met zijn broers Federico en Enrico, van NicolÚ en Filippo de zonen van wijlen Federico zoon van Arpone, een groot deel van Castel Coredo. Dezelfde Ulrico incasseerde van Mainardo in 1343 met zijn broer Simone de waarborgsom voor het terugkopen van kasteel Flavon en gaf deze door aan de overheid van Volmaro di Burgstall.
  6. Prechtlein of Peterlino begeleidt in 1312 Koning Hendrik naar de Rijksdag in Frankfurt. In 1342 leeft hij niet meer en zijn have en goed werden, samen met die van zijn eveneens overleden broer Federico, verdeeld tussen Giovanni de minderjarige zoon van Tegen, en hun broer Enrico.
  7. Marina ook wel Virata genaamd, de dochter van Federico de zoon van wijlen Ulrico I, huwde (waarschijnlijk omstreeks 1333) Gesche Spaur. Dit had tot gevolg dat Castel Valer overging in handen van de familie van Gesche. De verwanten van haar oomskant, die zoals gezegd in 1326 en 1328 eigenaar waren geworden van viervijfden (misschien slechts van driekwart) van Castel Coredo (A.A.) worden na 1342 niet meer vermeld onder de naam Coredo-Valer, maar alleen als de edelingen di Coredo woonachtig te Coredo. Het gaat hier om Simone en zijn vier kinderen, om Enrico en zijn drie kinderen en om Giovanni de zoon van Tegen. Zij allen zijn betrokken bij het conflict der edelingen in 1336. Deze aangelegenheid had ongeveer een zelfde verloop als bij de familie Bragherio. In beide gevallen waren de echtgenotes de oorzaak dat eigendommen in bezit kwamen van andere families; Castel Bragherio kwam in handen van de familie de Tono en Castel Valer in die van de familie di Sporo.
  8. De broers Enrico, Pretello en Pietro Mazzola zonen van Odorico II van Castel Valer worden in document d.d. 3.3.1384 (C.B.) als getuigen vermeld. Fritzlein of Pretello, ook wel Federico genoemd, raakte verwikkeld in het conflict der edelingen van 1336. De edeling sign. Enrico van Castel Valer, zoon van wijlen de edeling Odorico de jonge, zoon van wijlen Odorico miliciŽn van Coredo, geeft een terrein te Dermulo a Fernila en gelegen naast Masimbeno de zoon van wijlen Remondino in beheer aan "NicolÚ Svestlino geminum donae Zersonis de ipsa Villa de Campo" (Nasimbeno bewerkt het terrein voor de verpachter sign. Enrico en Muzo de zoon van Mucio di Campo Tassullo. Handschrift d.d. 28.10.1340 C.B.).
  9. "Sainguerra" de zoon van wijlen ser Federico de Coredo wordt als getuige vermeld in document d.d. 22.3.1362, en "Sainquerra" de zoon van wijlen ser Federico de Castro Coredo is getuige bij de akte van 29.8.1369 (C.B.).
  10. Op 15.1.1314 (R.E. II pag 1189) verklaart Bernardo dat Simone de zoon van sig. Enrico di Termeno en woonachtig te Coredo mondig is. In 1317 woonde Bernardo in Sarnonico en later in Romeno. Zijn vader Federico woonde in Sarnonico.
  11. Met de akte d.d. 20.11.1363 (C.C. II 4) verstrekt bisschop Alberto de Ortemburg in aanwezigheid van ser Pietro zoon van wijlen ser Sono de Coredo en Gasparino zoon van wijlen ser Federico van "Castro Coredo" drie delen van Castel Coredo met een "vastgoed" en lenen in Caldaro en Termeno in leenbeheer aan de edeling sig. Pietro zoon van wijlen sig. Simone ten behoeve van hem, zijn broers en de kinderen van sign Simone die afwezig zijn.
  12. Ser Pietro en ser Tremeno zonen van sign. Simone de Castro Coredo zijn ook aanwezig bij de opstelling van document d.d. 20.11.1363 behelsend een investituur van de edelingen van Castro Bragherio (R.E. I 589). Met akte d.d. 29.8.1369 (C.B.) opgesteld in Coredo ten huize van ser Pietro als crediteur, verkoopt Francesco Scarabello de zoon van wijlen Albertino di Coredo aan genoemde ser Pietro zoon van wijlen Simone van Castel Coredo landerijen te Segno. Pietro de zoon van wijlen Simone ontvangt van Arpolino genaamd Cime 31 lire voor een aan laatstgenoemde verkochte akker te Orna (handschrift 13.3.1357 C.B.). Pietro is getuige bij de akte van 25.4.1370 waarin hij staat vermeld als: "Ser Pietro, notaris en zoon van wijlen Simone de Coredo". De gebroeders Pietro en Federico zonen van wijlen Simone bezaten een tiend in Smarano (akte 22.5.1372 C.B.). Ser Tremeno zoon van wijlen ser Simone is de buurman met een weide op de berg (Handschrift 3.5.1361 C.B.). Hij was medegetuige bij akte d.d. 12.6.1395 (C.B.) betreffende de toewijzing van tienden aan de heren van S. Ippolito.
  13. Federico verpacht aan Stefano genaamd Xorno zoon van wijlen Zambo di Coredo een wijngoed bij de vesting (Handschrift 21.10.1353 C.B.). In 1357 wordt hij als getuige vermeld in een akte opgemaakt op de begraafplaats van Coredo en waarmee hij een grondstuk in huur geeft aan ene Sicherio uit Sfruz (akte 17.8.1362 C.B.). Dezelfde "Federico zoon van wijlen Simone de Castro Coredo" verpacht aan Pietro zoon van wijlen Federico Floramonte di Coredo een wijngoed aan de Palisole (doc. 1368 C.B.), hij koopt van Obella van wijlen Grimaldo di Coredo een stuk land in Foi (doc. 17.10.1370 C.B.). Verder wordt hij als getuige genoemd in document 1372 (Parochiaal Archief).
  14. Leonardo de broer van ser Tremeno di Coredo is getuige bij de akte van 11.7.1351 (C.B.). Volgens een oud handschrift van 15.7.1369 (C.B.) verkoopt Beatrice dochter van wijlen Giovanni di Castel Madruzzo, echtgenote van sig. Leonardo zoon van wijlen sign. Simone de Coredo, aan sig. Federico zoon van wijlen Simone (haar zwager) di Castel Coredo een half pand te Manon, zijnde een half tiend, grenzend aan eigendom van ser Pietro zoon van wijlen Simone (een andere zwager van haar), een stuk land te Spinazeda en een ander stuk in Prabalbo alsmede een gehucht bij Calcara met acht steengroeven grenzend aan de gebieden van koper Federico en ser Gaspare zoon van Federico.
  15. In de akte d.d. 20.7.1319 (C.B.) opgesteld ten huize van Enrico di Termeno woonachtig in Coredo, lezen we dat zijn zoon Odorico van zijn broer Simone 21 lire ontvangt voor een stuk land bij Ronchi di Coredo dat hij hem verkocht had. Met een akte van 5.11.1331 (C.B.) verkoopt Lodovico (in een andere register staat "Odorico" vermeld) van wijlen sign. Enrico di Termeno woonachtig te Coredo, aan zijn broer Simone een wijngoed in Termeno voor 50 lire. De akte werd opgesteld ten huize van ser Federico van wijlen sign. Enrico di Termeno woonachtig te Coredo. In papieren van 1379 treffen we Federico (misschien toch Enrico?) aan van wijlen Odorico di Castel Coredo, vader van Simone, Federico en Odorico (Reich "Tridentum" pag. 302).
  16. Simone van wijlen ser Enrico betaalt vijf Veronese lire aan Federico van wijlen Giacomo di Coredo voor de verwerving van twee akkers te Manon en bij Calcadizzi (akte d.d. 5.6.1326 C.B.). Hij staat als koper vermeld met de naam Simeone zoon van wijlen Henrico da Termeno, inwoner van Coredo in akte 1336 (C.B.). En volgens het handschrift d.d. 23.11.1353 (C.B.) geschreven ten huize van Pietro zoon van wijlen ser Simone di Coredo, zweert Simeone zoon van wijlen ser Federico (dit moet klaarblijkelijk Enrico zijn) di Termeno woonachtig te Coredo, dat hij tussen 18 en 25 jaar oud was toen hij zeven Veronese marken ontving van Federico de zoon van wijlen ser Simone di Coredo voor de verkoop van landerijen te Manon, bij Mes (dat grenst aan bezit van Tremeno wijlen de broer van de koper, en bezit van de zonen van wijlen Simone), te Auren en bij Palisole (grenzend aan de bezittingen van Pietro van wijlen zijn oom Simone, en de broer van koper).
  17. Ser Simone zoon van wijlen ser Enrico di Coredo en zijn zoon ser Enrico Tremeno worden als getuigen genoemd in akte d.d. 11.8.1348 (Parochiaal Archief).
  18. Federico en Simone van wijlen ser Enrico di Termeno woonachtig te Coredo, kopen de helft van het beheer over Coredo, Smarano en Sfruz. De andere helft wordt gekocht door de broers Corrado en Sono zonen van wijlen sign. Pietro di Coredo voor 140 lire van NicolÚ dei Gualtieri uit Flavon en van Vucellino, voor deze verkoop gevolmachtigde van wijlen Sign. Odorico di Coredo. Bij de betalers van deze koopsom bevinden zich ook de gebroeders Belvesino en Federico de zonen van sig. NicolÚ de Coredo. Een en ander blijkt uit de akte van 3.3.1384 opgemaakt op de brug van kasteel Valer en waarbij verder aanwezig waren de broers Enrico en Pretellino zonen van edeling Odorico II di Castel Valer, hun broer Pietro genaamd Mazzella en anderen.
  19. De investituur van tweevijfde deel van Castel Coredo moet te maken hebben met Gasparino de zoon van wijlen Federico, evenals het eigendom en de onderdanen van de tienden van Sfruz en de molen van S.Romedio (akte van 20.11.1363 C.C. pag. 4-5 en 48). Gaspario wordt ook wel genoemd Gaspare en Gasparino. Ser Gaspare zoon van wijlen ser Federico di Coredo overhandigt een kwitantie ter waarde van 18 lire aan Federico zoon van wijlen ser Simone di Castel Coredo die door hem ontvangen was voor de verkoop van een erf en een gebouw in Castel Coredo, die met twee delen grenzen aan bezittingen van de koper, van ser Pietro zoon van wijlen Simone en aan het kerkhof van de kerk van S.Silvester (S.Maria) (akte d.d. 8.7.1370 C.B.). Volgens de akte van 12.6.1395 (C.B.) zijn ook als buren van een vastgoed genoemd de gebroeders Gaspare en Francesco. De edeling Sig. Gaspario zoon van wijlen edeling Federico di Castel Coredo verkoopt aan de edeling Simone zoon van wijlen Pietro di Castel Tono het tiend dat hij in Sfruz bezat op pluimvee en voedingsmiddelen voor de koopsom van 27 Veronese marken (akte d.d. 3.4.1392 C.B.).
  20. Met de investituren van 1391 en 1392 ontvingen Pietro voor zichzelf en zijn broers en kleinzoon Gasparino de lenen. In het jaar 1399 zijn alleen nog Tremeno, Gaspario zoon van Gasparino en Michele zoon van Simone zoon van wijlen Pietro leenmannen. In 1424 zijn dat nog slechts Gaspario en Michele, en in 1444 is alleen nog Michele over met als leen drievierde deel van Castel Coredo met vastgoed bij de kerk van S.Silvester, de bezittingen in Termeno en Caldesio en in Coredo de landerijen bij Vajaren en bij Calcadizzi, te Manon het tiend van drie wijngaarden in Coredo en het tiend op wijngoederen in Dermulo. Dit wordt door dr. Ausserer beweerd en hij beroept zich op consultatie van aktes d.d. 1369, 1380 en 1386.
  21. De investituren van Michele de zoon van wijlen Simone strekken zich uit van 2.5.1400 tot 1448. Michele was nauwverbonden met aartshertog Federico van Oostenrijk, maar hij was ook vertrouwelijk met de bisschop van wie hij veel lenen ontving. In 1419 verjaagde Pietro di Sporo hem uit het kasteel maar een jaar later was hij er weer terug. Met deze Michele sterft de tak Odoriciano uit d.w.z. die van Coredo Valer. Zijn aandeel in het kasteel wordt door de bisschop in bezit gehouden en wordt betrokken bij het Godshuis S.Vigilio. Het overige deel, een kwart van het kasteel, wordt van 1467 tot 1474 bewoond, zoals reeds eerder gezegd, door de kleinkinderen van de edeling Antonio van de tak Oluradino. Na het overlijden van Antonio wordt dat deel aan het eerste toegevoegd en wordt het geheel door de bisschop bestemd voor onderkomen van zijn bevelhebbers. Men moet deze Michele niet verwarren met de verschillende Micheles van de lijn Bragherio die allen in later jaren zijn geboren, doch ook niet te verwarren met de kanunnik Michele die een tijdgenoot van hem was en die de broer moet zijn geweest van edeling Antonio uit het huis Oluradino. De akte 1431 van R.E. I, 468 betreffende onze Michele biedt gegevens die niet te verenigen zijn met iemand die verheven is tot de waardigheid van kanunnik.
  22. Ser Odorico, ser Desiderato, Antonio en Giulio zonen van notaris ser Francesco worden tot aan het einde van de 15e eeuw in aktes vermeld als notaris, daarna worden geen nakomelingen meer genoemd.

Het kasteel van Coredo

Het is tamelijk moeilijk iets te zeggen over de oorsprong en de structuur van dit kasteel. Een benadering van de historische werkelijkheid is alleen mogelijk met min of meer gebruikmaking van veronderstellingen. Over de edellieden die het kasteel in bezit hadden zijn gegevens voorhanden die buiten kijf staan, vooral waar dit het einde van het bestaan van het kasteel betreft en het herenhuis dat veel later op de ruÔnes daarvan is gebouwd. We staan niet ver bezijden de waarheid wanneer we vaststellen dat de oorsprong van het kasteel ligt tegen het einde van de 12e eeuw of het begin van de 13e eeuw en het toeschrijven aan sig. Oluradino de stamvader van het oudste adellijke geslacht uit Coredo. Of als wij dat toeschrijven aan NicolÚ de stamvader van het geslacht Bragherio, of wellicht aan beiden daar ze naar alle waarschijnlijkheid familie van elkaar waren en als leenmannen een nauwe relatie onderhielden met hun leenheer omdat zij lenen in beheer hadden te Coredo en in naburige plaatsen. We hebben reeds aangegeven hoe Federico de zoon van Arpone en de kleinzoon van Oluradino een deel van het kasteel in bezit had en dat hij een vijfde deel daarvan verkocht aan Odorico II van Castel Valer; en hoe de laatste telg van het geslacht, de edeling en bestuurder Antonio zich de zoon noemde van NicolÚ di Castel Coredo. Verder werd verteld hoe in de akte 1291 Paolo verklaarde de zoon te zijn van NicolÚ di Castel Coredo, toen hij reeds bejaard was, en dat deze NicolÚ de stamvader is van het geslacht Bragherio. Het is daarom alleszins redelijk Oluradino en NicolÚ aan te wijzen als de bouwers van Castel Coredo in de twaalfde eeuw en hun afstammelingen als diegenen die in de dertiende eeuw de bouw voortzetten. In een stamboom in bezit van sig. De graaf en kamerheer Alberto de Coret, stamboom die hem geschonken was door graaf Welsberg, ziet men aan de voet van de bladzijde twee delen van het kasteel ruw uitgebeeld. Een deel aan de linkerkant en een aan de rechterkant. De eerste vertoont de ingangstoren met links daarvan een klein kegelvormig torentje. Het lijkt alsof dit deel van het kasteel op het noorden lag en dat daarheen de weg leidde die nog steeds omhoog gaat van de rijweg in oostelijke richting. De andere schets aan de rechterkant stelt drie gebouwen in perspectief voor die boven elkaar staan en die aan de westelijke kant moeten hebben gestaan met uitzicht op de plaats op het lager gelegen hellingen. Het grootste gebouw staat het laagst en is door een muur van de straat gescheiden die oploopt naar de parochiekerk. Het laagste deel van genoemde gebouwen is duidelijk op deze vlakte gelegen, het middelste op de hogere helling en het derde besloeg de gehele heuvel, doch het moet meer naar het noorden dan naar het zuiden hebben gelegen, omdat er zich nu nog steeds, vůůr het nieuwe herenhuis een waterreservoir bevindt die volgens de overlevering nog dezelfde is als die van het oude kasteel. In het midden van dit laatste deel ziet men de originele, centrale toren van het kasteel oprijzen en daar omheen naar het zuiden toe tot bijna aan de kerk, met de aan de toren toegevoegde delen en de op zich zelf staande gebouwen. Je ziet duidelijk dat er aan de kerk en de begraafplaats "panden, gehuchten en moestuinen" van het kasteel grensden. De oost- en zuidkant komen in deze tekening niet voor, maar men mag veronderstellen dat de stadsmuur met zijn uitspringende galerijen en zijn bolwerken het kasteel rondom verdedigde aan die twee zijden tot aan de kerk aan de westkant. Het staat vast dat de heren rechtstreeks van het kasteel in de kerk konden komen langs een veranda en een gewelfde galerij, waarvan de sporen nog zichtbaar zijn in de versleten fresco's aan de noordgevel van de kerk. De rotswand van de heuvel komt tot op enkele meters boven de kerk. De rotswand werd op verschillende punten onderbroken teneinde er een zeer brede weg te bouwen voor de processies die rondom de kerk gehouden werden.

Volgens de papieren gaf het kasteel onderdak aan zelfs vijf verschillende gezinnen. Het moest derhalve uitgebreid zijn en bezette met de moestuinen en wandelgangen de gehele heuvel, de west- en de zuidkant. Naar het schijnt was er niets van grote waarde omdat zijn bezitters in het algemeen gesproken niet erg rijk waren, zij zagen toe op hun lenen en velen oefenden het beroep van notaris uit en waren daarom vaak afwezig. Ten slotte zijn er ook nooit, voor zover men kan herinneren, artistieke voorwerpen tussen de ruÔnes gevonden. Zoals gezien, ging het kasteel over in handen van vele kleine landheren tot aan het midden van de 15e eeuw. Toen alle gehuchten die ze hadden beheerd onbewoond waren werd het kasteel overgedragen aan de bisschop die het aan niemand meer als leen verstrekte. Vele delen waren vervallen, andere delen waren in puin vervallen, zodat de bisschop de meest vervallen gedeeltes moest laten restaureren om er zijn bevelhebbers in te kunnen onderbrengen. Bij de boerenopstand in 1477 had het kasteel het wederom zwaar te verduren en werd het daarna opnieuw gerestaureerd.

Bij toeval verbrandde het kasteel in 1611 en bleef honderd jaar als ruÔne staan, die de omgeving duidelijk de vergankelijkheid der dingen liet zien, totdat in 1717 de baronnen Giovanni en Francesco di Coret, afstammelingen van Pietro en Sigismondo zonen van NicolÚ van de tak NicolÚ en nakomelingen van Antoniollo, aan de Prins Bisschop verzochten het als leen te krijgen en zij met het puin van het oude kasteel het huis, nu groot herenhuis, bouwden dat er nog staat en eigendom is van graaf Alberto de Coreth, afstammeling van Baron Gian Francesco, omdat Giovanni de grootvader van Alberto in 1790 het overige deel van de plaats kocht van Luigi Claudio zoon van Sigismondo. Het wordt sindsdien gebruikt als zomerverblijf. Voor zover bekend zijn er geen opgravingen gedaan, maar het is zeker dat tijdens een eeuw van verwaarlozing de berg van bouwvallen overhoop is gehaald en verstrooid. Veel stenen werden door kwajongens langs de oostelijke helling naar beneden gegooid. Daar zijn nog stenen te vinden met metselkalk, puinhopen en scherven van oud aardewerk. Men heeft er omheen op grond van de gemeente gegraven om er bruikbaar zand weg te halen, bovendien hebben ze waar de grond zacht genoeg was zulke diepe putten in en onder de heuvel van het kasteel gegraven, dat er gevaar voor instorting ontstond.

Om met meer zekerheid te kunnen vaststellen wie de eigenaren van het kasteel zijn geweest en in welke tijd, zullen we een analytisch chronologisch onderzoek moeten verrichten naar de gegevens die oude handschriften ons bieden. Een eerste gegeven biedt ons document d.d. 4.2.1291. Hierin staat dat NicolÚ stamvader van de lijn Bragherio en Sicherio, en zijn zoon Paolo zich de heren van Castel Coredo noemen. NicolÚ en Federico di Malosco, zonen van Arpone en broers van Arpolino, verkopen in 1326 een vijfde deel van het kasteel aan Odorico II van Coredo-Valer, terwijl zij zich teruggetrokken hadden in Malosco op lenen die ze daar als notaris bezaten. Filippo en NicolÚ zonen van Federico verkochten in 1328 aan dezelfde Odorico, aan zijn broers Federico en Simone zonen van wijlen Odorico I di Castel Valer ook hun aandeel van het kasteel. Dit is dan ook de reden dat Simone zich vanaf 1342 di Castel Coredo noemt daar hij het grootste deel ervan bezat. Met de investituur op 20.11.1363 ontvingen Pietro, Leonardo en Tremeno de zonen van genoemde Simone als leen drie delen van het kasteel met een stal. Met een andere investituur van gelijke datum ontving Gaspare de zoon van Federico tweevijfde deel ervan als leen. Om deze investituren met elkaar in overeenstemming te brengen, volgens welke geheel Castel Coredo onder beheer kwam van alleen de edelingen uit het huis Coredo ValŤr, is het juist aan te nemen dat de afstammelingen van Arpone in 1326 en 1328 hun totale aandeel in het kasteel hebben verkocht en dat Antonio, de laatste telg van die tak die ook een vijfde deel van het kasteel in bezit had, dit weer gekregen had van de familie Coredo-ValŤr; ofwel er is een fout gemaakt in de documenten of deze zijn verkeerd geÔnterpreteerd. Dat deze laatste aanname de juiste is toont ons de investituur van 1444 van de edeling wijlen Simone waarbij slechts gesproken wordt van driekwart van het kasteel en het testament van sig. Antonio van het huis Oluradino uit 1468 waarin duidelijk staat "di Castel Coredo".

Het is dus zonder twijfel dat Castel Coredo in oorsprong behoorde aan de families van Oluradino en NicolÚ en niet aan de lijn Odolriciano, de familie Guerci of andere heren van Coredo. Wat er is gebeurd met het deel van het kasteel dat toeviel aan de tak Bragherio is moeilijk, zo niet onmogelijk uit te vinden. Nadat hij voor zichzelf een kasteel had gebouwd een halfuur gaans ten zuiden van Coredo op de klif aan een ravijn dat naar hem Bragherio werd genoemd (vandaar dat de benaming Brugher een vervalsing uit de voorlaatste eeuw der geschiedenis is) en hij daar heeft gewoond met zijn eigen kinderen tot nog enkele jaren in de 14e eeuw moet men daaruit de gevolgtrekking maken dat hij zijn aandeel heeft overgelaten aan zijn broer Paolo. Nu wordt het probleem evenwel onoplosbaar aangezien de lenen van Paolo met de investituur van 1307 overgingen op zijn kleinzonen NicolÚ en Preto door middel van zijn zoon Sicherio, maar men heeft geen enkele akte kunnen ontdekken die helderheid verschaft over het hoe en waarom van deze investituur en de afkomst van deze broers. Uit openbare aktes en uit overlevering blijkt dat de opvolgers van Guarimberto, een andere zoon van Paolo, die nu de familie Sicher di Coredo vormen, nooit een aandeel hebben gekregen in Castel Coredo. Stel dat ze toch een aandeel in bezit hadden, dan zouden ze dit in de 14e eeuw hebben overgedragen, maar het is onbekend aan wie. Het meest waarschijnlijke blijft toch te denken dat, dat aandeel is overgegaan naar de opvolgers van Arpolino terwijl, zoals gezegd de edeling Antonio in 1447 een deel van het kasteel in bezit had en alleen de familie Coredo-ValŤr drie delen.

Uit de verzamelde gegevens van de handschriften blijkt verder dat de kinderen van Ulrico I en hun kleinkinderen, terwijl ze hun kasteel te ValŤr met bijbehorende landerijen hadden verkocht aan de familie de Sporo, door koop in het bezit kwamen van het grootste deel van Castel di Coredo, waar hun nakomelingen hebben gewoond tot de dood van Michele, de laatste telg van het geslacht omstreeks 1450. De afstammelingen van Bragherio ondergingen een soortgelijk lot. Al in 1322 deden zij afstand van hun Kasteel ten behoeve van de familie de Tono en ze gingen kleiner wonen te Coredo in de Colomelli di Vaiaren en Sovich. In deze laatste plaats liet bisschop Giorgio de Hack het paleis van Justitie bouwen nadat hij de huizen had laten slechten die hij hun in leen had gegeven. Dit was een teken dat de nakomelingen of gestorven waren of verdwenen in naburige plaatsen. Slechts van ťťn bestaat er nog een aandenken, van NicolÚ genaamd ser Sono wiens afstammelingen over vele generaties het beroep van notaris uitoefenden met wisselende woonplaats en van wie de huidige families Coreth zouden afstammen. Van alle oude heren en meesters van Coredo heeft slechts dit ene geslacht overleefd, dat door erfenis en bekleding van openbare ambten in verschillende vertakkingen verheven posities bekleedt.

Enkele opmerkingen bij de vertaling van de stamboom Coredo

Vertaling naam Castel Coredo

Met het woord kasteel wordt zowel het gebouw bedoeld als het gebouw plus stallen, huizen of hutten van het agrarisch personeel, de landerijen, moestuinen ecc. , Kortom het gehele dorp cq. Plaats of burcht. In die gevallen waar het duidelijk alleen om het (hoofd)-gebouw gaat heb ik het Nederlandse woord kasteel gebruikt. Ging het om het geheel dan heb ik de Italiaanse naam Castel (di) Coredo laten staan.

Leenstelsel

Dit stelsel van het in leen geven van grondbezit, jurisdictie, ambten die inkomsten opbrachten komt in deze tekst zeer vaak voor. Er is echter iets vreemdst. Het leen wordt verleend door leenheer aan leenman. De leenman verplicht zich daarmee tot het presteren van diensten, vooral krijgsdienst. En daarvan is hier geen spraken! Wel echter zijn hier de leenmannen vaak notaris, dus waarschijnlijk ligt hun prestatie op dat vlak. Men werd met het leen door de leenheer beleend en deze inleengeving heette verlei of investituur.

Titulatuur

In de tijd waarin deze geschiedenis speelde was men boer, buitenlui of burger. Een rangetje hoger dan was je heer. Ik vond dat wat vreemd staan in deze tekst dus heb ik de titel Sig(n). Gelaten zoals die was en niet vertaald in heer, tenzij het absoluut noodzakelijk was (in een of twee gevallen) en daar heb ik toen van gemaakt "heer en meester". De titel "Ser" of "sere" is natuurlijk ook verouderd en werd gebruikt voor notarissen en priesters en zou kunnen worden vertaald door dr. ingeval van notarissen (geen mr.). Ook hier heb ik de Italiaanse titel aangehouden.

Naam Coret

Men neemt aan dat de naam Coret afgeleid is van CÚredo en deze is weer afgeleid van het Latijnse Coryletum betekenend "bos van notenbomen". Een andere hypothese is dat Coredo is afgeleid van Coret uit het Pelasgisch (een taal uit de Griekse omgeving) met als betekenis "hooggelegen kasteel".

Links

NetStat